Tussen de eerste publicatie van Het drama van het begaafde kind (1981) en deze bewerkt en aangevulde editie liggen jaren van ervaringen. Ervaringen van de schrijfster met haar eigen zelftherapie en met andere moderne therapeutische methode, en ook ervaringen met de levensgeschiedenissen van de lezers die haar hebben geschreven en wier aantal zij op enkele duizenden schat.

In die tussentijd heeft zij onderzoek gedaan naar de kinderjaren van tal van personen, en dat leidde tot nadere precisering van eerdere inzichten, die ze in dit boek met tal van voorbeelden en documenten illustreert.

De schrijfster houdt zich bezig met de gevolgen van verdringing op persoonlijk en sociaal gebied, met de oorzaken van krenkingen in de kindertijd en het voorkomen daarvan, en ten slotte met de recente, nieuwe mogelijkheden om de gevolgen van vroegere traumatiseringen op te heffen