Psychosociale oorzaken, stottertheorieën, diepte psychologisch georiënteerde therapie, toekomstperspectieven van de stottertherapie-opleidingen.
De auteur "Dr. Jurg Kollbrunner is als Klinisch psycholoog en psychotherapeut verbonden aan de Universiteit-HNO-ziekenhuis, het Inselspitals, in Bern. Als lid van een werkgroep die tot doel had om betere criteria voor het evalueren van therapie aan stotterende niet-schoolgaande kinderen te ontwikkelen, stuitte hij op een veelvoud van bestaande definities van - én op de tegenstrijdigheden in de theorieën over de oorzaak van het fenomeen stotteren. Hij nam de taak op zich om hiervan een overzicht samen te stellen, waarvan dit boek het resultaat is.

Is "alles dat stottert" wel stotteren?

In het eerste deel "Het probleem" wordt getracht om verschillende bestaande definities tegenover elkaar te zetten. Zo wordt er bijvoorbeeld een auteur geciteerd die zich al 40 jaar geleden afvroeg of alle professionals eigenlijk wel van dezelfde communicatiestoornis spreken. Mogelijk is dat het begrip "stotteren" slechts een verzamelnaam voor een oppervlakkig gelijkend fenomeen is, maar dat zeer verschillende dieper liggende oorzaken kent.

Stotteren als psycho-somatisch symptoom

Dr. Kollbrunner is van mening dat het fenomeen 'stotteren' duidelijk bij een psycho-somatische aanpak gebaat is. Desondanks zijn veel stotteraars, én momenteel zelfs de meeste therapeuten, niet in zo'n verklaring geïnteresseerd en zien het stotteren principieel anders. Zij gaan het liefst uit van genetische en neurobiologische invloeden die bij het ontstaan van stotteren een rol spelen en erkennen psycho-sociale factoren slechts van belang in samenhang met het in stand houden van stotteren.


In het tweede deel (de oorzaken) wordt uitvoerig over mogelijke psychologische oorzaken geschreven: of stotteraars verschillen in: persoonlijkheidstype, karaktertrekken of zich onderscheiden in karaktereigenschappen met niet-stotterende mensen. Of dat ouders van stotterende kinderen zich onderscheiden en in het bijzonder - of de familiesituatie - van ouders van niet-stotterende kinderen, enz.

Meerdere malen wordt geattendeerd op de bijzonder grote moeite, die stotteraars bij het uitspreken van hun eigen voornaam ondervinden. De eigen naam staat synoniem voor: "ik ben hier... een individu... dat aanspraak op een eigen plaats maakt".

In het derde deel (aanzet voor oplossingen) breidt de auteur zijn zienswijze van de zaak uit: hij ziet stotteren als een neurotische aandoening. Het ontstaan van stotteren kan in samenhang worden gebracht met speciale ouderlijke angsten en het overbrengen daarvan op het kind; het rekening houden met familiedynamische processen over generaties heen, is voor de auteur bijzonder belangrijk.

Vandaag de dag komen stotterende kinderen uit families van wie de ouders datgene waaronder zij als kind geleden hebben, niet voor hun kind herhaald willen zien. Derhalve leiden zij krampachtig een harmonisch familieleven.

Preventie en Dynamische stottertherapie

Tot preventie van stotteren kan men geijkte dieptepsychologische gereedschappen gebruiken en de benodigde vaardigheden om intermenselijk - in het bijzonder het pedagogische - handelen naar dit weten vorm te geven. Dus precies dezelfde preventieve zorg bieden zoals bij andere psychische en psychosomatische aandoeningen werkzaam zijn.

Uit zijn overwegingen leidt de auteur zijn "Dynamische stottertherapie (DST)" vier therapeutische uitgangsposities af:

  • respect tegenover het symptoom (het symptoom biedt emotionele steun van bestaansrechtelijke aard: wanneer men een stotteraar zijn symptoom probeert weg te nemen, ontwikkelt hij een ander symptoom).
  • het meer-generaties-begrip (pas door het begrijpen van de achter het stotteren staande emotionele verwarringen van minstens drie generaties, kan het stotteren van een enkel individu begrepen worden).
  • de centrale inachtneming van behoeften en emotionele wonden (veel stotteraars zullen de veelvoud van hun wensen, behoeften en doelen die de ontwikkeling van het individu dienen, niet erkennen. Omdat zij op het doel van stottervrij-zijn gefixeerd zijn).
  • het constructieve begrip van schuldgevoelens van de ouders, in het bijzonder tegenover hun ouders.


Als maat voor therapie-effect zou niet slechts de afname van het symptoom moeten zijn, maar ook de mate waarin de stotteraar zich door het stotteren niet meer laat hinderen om zijn eigen wensen en behoeften te vervullen (naar Wendlandt: het criterium van de "verminderde handicap").

De meeste stotteraars wensen natuurlijk direct aan de symptomen te werken. Hier komt, volgens de auteur, slechts het "Bouncing" van Johnson in aanmerking; een bevrijdende, relatief langzame en licht herhalen van de aanvangsletter of lettergreep van een woord, totdat de stotteraar merkt dat de spanning vermindert voordat men de rest van het woord uitspreekt.

Voor het meten van het therapieresultaat bij kinderen werden bijvoorbeeld onderstaande vragen aan de ouders gesteld:

  • Durft het kind volwassenen tegen te spreken?
  • Kan het kind huilen?
  • Hoe vaak zit de hele familie gezellig samen?

De invoering van de dynamische theorieën in de praktijk van de stottertherapie is naar de mening van de auteur principieel onproblematisch, omdat dit met alle drie hoofdgroepen van stottertheorieën verenigbaar is: fysiologische coördinatie, verwachtingsspanning en het onbewuste wensconflict. Dynamische spraaktherapie is evenwel geen psychotherapie.


Meerdere klachten kennen een psycho-somatische invloed

Er zijn veel aanwijzingen dat ook andere spraakstoornissen door familie en psychodynamische factoren veroorzaakt worden: afasie (o.a. Dyslalie), dyslexie en dyscalculie en functionele stemstoornissen. Veel kinderen met andere manco’s zoals: astma, maag- darmstoornissen, huidziekten, eetstoornissen, slaapstoornissen en psychopathologische fenomenen (neurotische angsten en neurotische dwang ) en gedragsstoornispatiënten (zoals kleptomanie) vertonen een zelfde psychosomatische problematiek. Hier dient de psychosomatiek die er voor verantwoordelijk is te worden behandeld. Helaas, deze psychosomatische patiënten gingen voor elke klacht naar een andere specialist, kinetisch therapeut en/of Bachbloesemtherapie.

De auteur pleit hier voor het ontstaan van een nieuw beroep "Communicatietherapeut".

Aanrader om te lezen!

Als je redelijk duits kunt lezen, is dit boek beslist een aanrader om meer over de psychologische achtergronden van stotteren te weten te komen.