Arno Haijtema groeit op in de jaren zestig in een wederopbouwbuurt bij de Hoogovens. Zijn leven wordt er bepaald door het ritme van de ploegendiensten, het toenemende autoverkeer en de overlast die hij met zijn voetballende vrienden veroorzaakt.
's Nachts ligt Arno te piekeren over zijn vader, die stottert, en een bron van schaamte en schuldgevoel is. Maar er is nog meer dat hem uit zijn slaap houdt. Zijn beste vriend wordt tijdens het spelen op straat door een auto geschept, en het is maar de vraag of en hoe hij dat ongeluk overleeft.

Arno Haijtema beschrijft beeldend en liefdevol het onbehagen over een vader die anders is, en het dappere streven de troosteloosheid van een omgeving met beton en asfalt te ontstijgen. Na Haijtema's lovend ontvangen debuutroman De vadermoordenaar is het autobiografische Mond vol kiezels een meeslepend en tijdloos verhaal over verraad en mededogen.