Eén hoofdstuk van dit zeer gedegen handboek voor psychosociale hulpverlening is geheel gewijd aan relationelepatronen in individuen, partnerrelaties en in gezinnen. Daarnaast wordt uitgelegd hoe verstoorde relatiepatronen zich kunnen uiten in symptoomvorming. Bepaalde vormen van stotteren zouden, naar onze mening, mogelijk een symptoom kunnen zijn van een verstoort relatiepatroon. Voor ons was dit boek een eye-opener.

Het eerste deel gaat over de client, zijn wereld, zijn relatiepatronen, zijn drijfveren en hoe hij in de problemen kwam. De delen twee, drie en vier gaan over de methodieken, waarbij de mens gezien wordt met zijn potenties en mogelijkheden om goed te functioneren en gelukkig te zijn. De omgeving, de mensen waarmee de client in contact staat, is van zeer groot belang en wordt (in)direct bij de hulpverlening betrokken. De werkrelatie client-hulpverlener is het middel om het doel te bereiken. De methodieken zijn vooral een houvast voor de hulpverlener.

De schrijvers zijn betrokken bij het Kemplerinstituut, een post-hbo en post-doctoraalopleidingsinstituut, dat zich al meer dan dertig jaar bezighoudt met ontwikkeling, kwaliteitsbevordering en beroepsinnovatie. Zij gebruiken met goedkeuring stukken uit een eerdere versie (1992) waarbij Sjef de Vries betrokken was. Met uitgebreide literatuurlijst.