Op een respectvolle manier zet Colin Firth in de rol van koning George VI het stotteren als een serieus probleem neer.

Zonder enige logopedische achtergrond, benadert de therapeut Logue (Geoffrey Rush) George VI niet als stotteraar, maar als mens. Vanaf het begin bouwt de therapeut aan een emotioneel gelijkwaardige relatie gebaseerd op wederzijds respect, vertrouwen en gelijkwaardigheid. Zo blijft hij George VI, de koning, bij zijn voornaam “Bertie” noemen, zoals hij ook thuis door zijn familie genoemd wordt.

De emotioneel gelijkwaardige band blijkt essentieel. Waar het stotteren heftiger optreedt bij personen waarmee George VI een verstoorde emotionele verhouding heeft, spreekt hij steeds vloeiender naarmate hij zichzelf toestaat om met zijn therapeut openlijk over zijn zorgen en emoties te spreken.

Echter, voordat George VI openlijk over zijn emoties en zijn verleden durft te praten, gaat hier enige weerstand aan vooraf. Als de therapeut naar de eerste herinneringen vraagt, blijkt dit pijnlijk te zijn en worden die door George VI als niet belangrijk en niet terzake doende afgedaan. Hij kwam immers voor het stotteren.

Na enig aandringen vertelt George VI over zijn kindertijd dat zijn nanny hem drie jaar lang heeft verwaarloosd. Dit roept de vraag op: hoe kan het dat zijn ouders drie jaar lang niet hebben gemerkt dat hij door zijn nanny werd verwaarloosd? Wat zegt dat over hun emotionele band?

Bij het overlijden van zijn vader is een essentieel verschil tussen George VI en zijn oudere broer waarneembaar. Waar George VI zijn emoties onderdrukt en gespannen zijn kaken op elkaar klemt, laat zijn broer zijn emoties de vrije loop en stort zich huilend in de armen van zijn moeder. Emoties  vloeien ongehinderd bij hem. In plaats van blokkades (lees: stotteren) voor het uiten van zijn gevoelens op te werpen, laat zijn broer zijn tranen de vrije loop..

’s Avonds als George VI voor steun bij zijn therapeut aanklopt, komen de onderliggende frustraties naar boven. Aan hem vertelt hij dat hij van een ander hoorde dat de laatste woorden van zijn vader zijn geweest:”hij (George VI) is moediger dan al zijn broers bij elkaar”. De jarenlange eenzaamheid is voelbaar, als hij vervolgt met:”Jammer, dat vader dat nooit tegen mij zei. Dat ik dat nu pas van een ander heb moeten horen”.

In plaats dat zijn vader hem op een directe wijze op zijn goede kwaliteiten wees, probeerde zijn vader hem te helpen met woorden als:”je kunt het wel, je moet doorzetten”, etc. Hoewel goed bedoelt, raakten vader en zoon emotioneel verder van elkaar verwijdert.

Door met zijn therapeut een emotionele vertrouwensband op te bouwen, waar hij onvoorwaardelijk terecht kan, kan hij voor het eerst vrijelijk zijn gevoelens uiten. Emoties die door hem jarenlang onbewust onderdrukt werden, die er niet mochten zijn, konden op die manier hun weg vinden door ze met gevoel uit te spreken. Dit bevrijdt hem meer dan de spreektechnische oefeningen van de jaren daarvoor.

In de geluidsstudio, vlak voor de live radio-uitzending, zegt therapeut Loque tegen George VI:”spreek tegen mij als een vriend”. Licht haperend komt George VI op gang. Nadat hij in zijn lezing de woorden:”… tegen mijn volk uitgesproken met gevoel…” hardop voorleest en doorvoelt, laat hij zijn gevoel meer stromen, waardoor er meer gevoel in de toespraak komt.

Hoewel aan het begin lichte haperingen te horen waren, liet hij in zijn toespraak steeds meer zijn gevoel toe. Samen met de iets langere pauzes, deed dit de toespraak winnen aan kracht. Het volk luisterde geboeid naar de radio. Na afloop kreeg hij een staande ovatie. Als gevoel en emoties vrijelijk mogen stromen, spreekt George VI vloeiend.

Aan het eind van de film wordt getoond dat de therapeut Logue bij George VI in dienst komt. Hieruit valt af te leiden dat George VI niet stottervrij is en zijn therapeut levenslang nodig bleef houden om te kunnen speechen. Het blijft moeilijk om gevoel en emoties toe te laten en vrijelijk te mogen en kunnen uiten.