Sinds de toepassing van MRI en PET scans zijn de hersenen van stotteraars uitgebreid bekeken. In een recente publicatie toont Sommer (2002) aan, dat delen van de motorische cortex in de linker hersenhelft bestaan uit een weefsel met een geringere dichtheid of met een geringere isolatie.

Bij stotteren treden beide hersenhelften in werking

Sommer stelt, dat de rechter hersenhelft mogelijk ter compensatie mee gaat doen met de regulatie van de spraak. Al veel langer is immers bekend, dat stotteren wordt veroorzaakt door een gelijktijdige activiteit van de beide hersenhelften. Bij niet-stotterende mensen is alleen de linker hersenhelft actief. Uit hersenonderzoek in het algemeen blijkt steeds meer, dat een geringere isolatie van de zenuwbanen vooral ontstaat door een ijzer -gebrek in de eerste kinderjaren (Beard, 2003). Ook wordt een dergelijk gebrek tijdens de zwangerschap mede verantwoordelijk gehouden.

Qua stotteren, stotteren ongeveer driemaal zoveel jongens als meisjes. Dhr. P. Wiedijk verklaart dat verschil als gevolg van een ijzertekort in de vroege jeugd van jongens.