Er is niet één specifieke oorzaak bij stotteren aan te wijzen. Stotteren bestaat uit meerdere factoren. Eén van die factoren lijkt een timingsstoornis in de hersenen te zijn.

Lees hieronder meer over onderzoeken naar hersenen van mensen die stotteren.

Bisher steht es so in allen Lehrbüchern: Unser Gehirn verarbeitet Sprache asymmetrisch, eine Gehirnhälfte ist dabei aktiver als die andere. Bei den meisten Menschen liegen die wichtigen Sprachzentren dabei links. Jetzt aber wirft ein Experiment von US-Forscher diese gängige Ansicht über den Haufen. Denn es belegt, dass unser Sprechen die konzertierte Arbeit beider Gehirnhälften erfordert – und das in ziemlich gleichem Maße.

Wenn wir eine Unterhaltung führen, leistet unser Gehirn Schwerstarbeit. In Bruchteilen von Sekunden muss es die von unserem Gegenüber geäußerten Töne aufnehmen und erkennen, um welche Worte es sich handelt. Dann muss es diese Informationen an das Zentrum weiterleiten, das die Antwort koordiniert. Dieses gibt dann Lippen und Mundraum die Anweisungen, genau die Bewegungen auszuführen, die dann die passenden Laute der Antwort hervorbringen. Nach gängigen Modellen findet der erste Teil, die Verarbeitung der gehörten Sprache, im sogenannten Wernicke Areal statt, einem Bereich im linken Schläfenlappen unseres Gehirns. Dieses ist über Nervenfasern mit dem für das Sprechen zuständigen Areal im linken Frontallappen verbunden, dem Broca-Zentrum.

Lees het hele artikel...

Bron: Katholieke Universiteit Leuven

Stotteren kan je omschrijven als een spraakstoornis met ‘onvloeiendheden’: verlengingen, herhalingen en onderbrekingen in de spraak. “Wat we gewoonlijk onder stotteren verstaan, is zogenaamd ontwikkelingsstotteren”, vertelt Theys. “Dat manifesteert zich bij kinderen tussen twee en vijf jaar, en veel kinderen groeien daar ook spontaan uit. Slechts één procent van de bevolking is levenslang stotteraar. Bij die mensen kan je stotteren niet genezen, ze kunnen wel leren het stotteren te verminderen. Therapie bij jonge kinderen is vaak succesvol.”

Naast ontwikkelingsstotteren bestaat er ook psychogeen stotteren, dat door een psychisch trauma kan ontstaan, en neurogeen stotteren, dat plots optreedt na een hersenstoornis, zoals een beroerte, epilepsie of een hersentrauma. Theys: “Over dat neurogeen stotteren is bitter weinig geweten. Volgens vele neurologen is het zelfs niet verwant met ontwikkelingsstotteren”, zegt Theys. “Ik wilde dan ook weten hoe vaak dat neurogeen stotteren voorkomt, en of het terecht ‘stotteren’ wordt genoemd. En vooral: ik wilde de plaats in de hersenen vinden waar het misgaat. Dat kan ook een nieuw licht werpen op ontwikkelingsstotteren bij kinderen.”

Lees het hele artikel...

Proefschrift : The nature of the verbal self-monitor
Verbale monitoring wordt ook vaak in verband gebracht bij afasie, stotteren en schizofrenie.

In dit proefschrift worden de neurologische maten voor verbale zelfmonitoring in gezonde volwassenen onderzocht. In het bijzonder ging mijn interesse uit naar de error-related negativity (ERN). De ERN is een hersenpotentiaal, die te maken heeft met de werking van een algemene uitvoeringsmonitor, een cognitieve module die de correctheid van ons gedrag controleert. De centrale vragen in het proefschrift zijn: Als de ERN te maken heeft met het verwerken van fouten bij processen van de uitvoeringsmonitor, kan deze dan ook gebruikt worden bij processen van de verbale monitor? Werkt de verbale monitor op een vergelijkbare manier als een actie-monitor?

Bron: www.sfn.org

Op 16 nov j.l, de jaarlijkse bijeenkomst van de Society for Neuroscience, Neuroscience 2010, werd o.a. een nieuw MRI-onderzoek gepresenteerd waarin wordt aangetoond dat mensen die stotteren ook abnormale hersenactiviteit vertonen bij het lezen en luisteren.

Eerdere studies toonden al een verminderde activiteit aan in hersengebieden die in verband staan met luisteren en een verhoogde activiteit in gebieden die betrokken zijn bij spraak en beweging. In de nieuwe studie zijn de onderzoekers nagegaan of dit ook het geval is wanneer stotterende sprekers stil lezen. "Als deze patronen ook abnormaal zijn, kunnen de verschillen worden beschouwd als typerend voor de hersenen en niet alleen het gevolg van de moeilijkheden die mensen die stotteren hebben met spraakproductie", aldus Kate Watkins, PhD van de Universiteit van Oxford. Met behulp van fMRI onderzocht Watkins en haar team de hersenactiviteit bij 12 volwassenen die stotteren met 12 volwassenen die dat niet doen.

Er werden scans uitgevoerd in drie studies: in een waarin de vrijwilligers gewoon luisteren naar zinnen, in het tweede waarin zij zinnen lezen in stilte, in de derde waarin zij zij zinnen in stilte lezen terwijl een ander dezelfde zin hardop leest.

De auteurs vonden dat bij de stotterende vrijwilligers de hersenactiviteit duidelijk verschilden van niet-stotterende sprekers in alle drie de tests. De mensen die stotteren hadden meer activiteit in de auditieve gebieden bij het luisteren alleen. Bij het lezen, was er minder activiteit in de motorische gebieden, met name een hersencircuit dat betrokken is bij de volgorde van de beweging. "Onze bevindingen tonen mogelijk aan dat individuen die stotteren een gestoorde spraakverwerking hebben als gevolg van abnormale interacties in de hersencircuits," zei Watkins. "Verder onderzoek is belangrijk om wijzigingen in deze hersengebieden bij jonge kinderen te onderzoeken om te achterhalen of deze interacties het gevolg zijn van gevestigd stotteren of wijzen op de oorzaak van stotteren."

Bron: www.nu.nl

AMSTERDAM - De hersenschade waar veel te vroeg geboren kinderen mee kampen is niet per definitie permanent. De zenuwcellen in het brein gaan niet dood, maar blijven steken in hun ontwikkeling. Dat is de conclusie uit twee onderzoeken die vandaag in Science Translational Medicine staan. De hersenen van kinderen die na minder dan ongeveer 32 weken zwangerschap geboren worden, ontwikkelen zich vaak slechter dan die van voldragen kinderen. Daardoor krijgt een kwart tot de helft van de veel te vroeg geborenen later een handicap, ontwikkelingsachterstand of leerprobleem. Nu blijkt dat een deel van deze problemen misschien te voorkomen is.

 

Kinderen die veel te vroeg geboren worden, hebben vaak al in moeders buik een slechte doorbloeding van de hersenen. Tot nu toe werd aangenomen dat hierdoor hersencellen afsterven in het brein van de ongeborene. Amerikaans onderzoek met lammetjes laat zien dat de hersencellen niet dood gaan maar slechts blijven steken in hun ontwikkeling. De aanmaak van de uitlopers en verbindingen waarmee hersencellen in contact staan met de hersencellen om hen heen stokt. Wellicht dat deze in hun ontwikkeling geremde hersencellen kort na de geboorte alsnog kunnen rijpen, suggereren de onderzoekers. Uit een tweede, Canadees onderzoek met te vroeg geboren mensenbaby´s, bleek hoe dat misschien zou kunnen.

Lees het hele artikel...