Op verschillende plaatsen in de stotterliteratuur wordt melding gemaakt van de positieve invloed van suiker op stotteren :

  • Brunner (1936) : de spraak van een stotterende kleuter wordt geheel vloeiend na het weglikken van vele caramel lollies.
  • Palasek (1960) : experimenten met stotteraars, waarbij diverse capsules met kalk of suiker worden toegediend (dubbelblind onderzoek t.a.v. placebo’s). Tot verbazing van de onderzoekers wordt na de suikerinname een afname van het stotteren waargenomen.
  • Van Riper (1973) : bij de therapeutische behandeling (spraaklessen) van stotterende kinderen kunnen tijdens de sessies snoepjes als beloning worden verdiend. Men constateert : meer snoepjes verminderen het stotteren. Compton (1993) : vermeldt onder het hoofdstuk “remedies” het geval van een stotterende puber, die met ijsco’s zijn spraak beter beheerst.
  • Webster (1993) : deze stotterende neuroloog experimenteert langdurig met suiker en constateert een verbetering van zijn spraak.

Het is algemeen bekend, dat je “sombere buien” weg kunt eten met zoete dingen. Suiker verhoogt de serotonineafgifte in de hersenen, waardoor negatieve gevoelens verdwijnen. Behalve dat hierdoor het zelfvertrouwen toe neemt is er ook een direct effect op de spieren van ons spraakorgaan : door een vermindering van acetylcholine wordt de spierspanning lager. Een tweede effect van suiker is de reactie met koper. Sinds 1950 is bekend, dat koper door z.g. suikeralcoholen kan worden gebonden. Dieren, die op een suiker-dieet (met mineralen waaronder koper) worden gezet, vertonen na enige tijd verschijnselen van een kopertekort. Het is echter de vraag of de geringe hoeveelheid suiker in de hierboven vermelde stottersituaties wel voldoende is voor een dergelijke reactie met koper.