Maakt u zich zorgen of uw kind gepest wordt? Lees in de onderstaande artikelen aan welke signalen u pesten kunt herkennen en wat u daaraan kunt doen.

Bron: Nationale onderwijsgids

Wat is cyberpesten? Hoe gaat het in z'n werk? Wat kun je er als ouder aan doen? Bekijk deze video met uitleg over cyberpesten.

Bron: www.soebar.nl

We kunnen niet meer om de pubers heen die vastgegroeid lijken te zijn aan hun blackberry en andere smartphones. Ze pingen, liken, porren, msnen, hyven, whatsappen erop los. Social Media, een term die we niet meer kunnen negeren. Met de komst van Social Media is de opvoeding van pubers voor veel ouders een grotere uitdaging geworden. Een digitaal tijdperk waarin jongeren zich lijken ze bewegen als een vis in het water, terwijl ouders ‘ploeteren’ om de digitale wereld te begrijpen.

 

Naast de eigen zoektocht in de digitale wereld wordt er van ouders ook nog eens verwacht dat zij hun puber, buiten de gewone opvoeding om (die vaak al zwaar genoeg is), een digitale opvoeding geven. Een opvoeding die gericht is op hoe je als ouder je kind kunt begeleiden bij het gebruik van Social Media. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je als ouder je tiener zo afschrikt dat je hij/zij niets meer durft op internet. Je maakt je tiener duidelijk wat de mooie kanten van Social Media zijn. Want die zijn er volop. Maar, je wilt ze ook wapenen voor de gevaren die Social Media met zich meebrengt.

 

Je leert je puber om kritisch te zijn op internet. Je bespreekt met je puber dat hij/zij niet in elke beweging van anderen mee hoeft te gaan. Je stimuleert het vermogen van je puber om zelf na te denken. Je waarschuwt je tiener voor volwassenen op internet die verkeerde bedoelingen hebben. Je probeert als ouder op alle mogelijke manieren je kind te beschermen tegen volwassenen met oneerbare bedoelingen! Je wilt je kind beschermen voor alle gevaren op internet!

 

Wat kun je als ouder doen om je puber hiertegen te beschermen of voor te lichten?

  • Zorg dat je als ouder met je tiener over het internetgedrag praat.
  • Weet wat jouw puber doet op internet. Welke profielen heeft hij/zij aangemaakt? Welke sites bezoekt hij/zij regelmatig?
  • Zorg voor ouderlijk toezicht.
  • Voorkom als ouder dat je pas met je tiener gaat praten als het misgaat.
  • Zorg dat je als ouder elke gelegenheid aangrijpt om moeilijke thema’s te bespreken, zoals cyberpesten.
  • Wees alert op de signalen die je puber kan afgeven. Bevraag je puber op de signalen die je denkt te zien.
  • Maak duidelijk dat jij als ouder pestgedrag niet accepteert.
  • Maak je puber duidelijk dat als er iets is, hij/zij bij jou als ouder terecht kan.

 

De puberteit is voor veel jongeren al een moeilijke fase zonder alle externe factoren erbij. Daarom is het van belang dat je als ouder samen met je kind gaat kijken hoe je zorg kunt dragen voor rust en veiligheid. Dit betekent vooral het openlijk bespreken van allerlei soms lastige thema’s, maar ook het stellen van grenzen, zodat jouw kind beter leert wat wel en niet kan en wie hij/zij wel of niet is.

Die veiligheid willen wij onze pubers toch bieden?

 

Bron: www.soebar.nl

Eén op de vier kinderen wordt op de basisschool meerdere keren per week gepest! Heel veel leerkrachten herkennen het pesten niet en ook lang niet altijd vertellen slachtoffers thuis aan hun ouders dat zij worden gepest. het is dus heel belangrijk om als volwassene alert te zijn. Wanneer je meerdere symptomen van pesten bij een kind herkent, moet je je afvragen of er soms pesten in het spel is. Kinderen die gepest worden geven namelijk meerdere signalen af.

  1. Ze worden uitgelachen of op een onvriendelijke manier benaderd.
    Regelmatig valt het op dat er om het kind wordt gelachen of dat andere kinderen onaardige opmerkingen maken.
  2. Ze worden als laatste gekozen bij teamspelletjes.
    Tijdens de gymles of op het plein zijn het steeds dezelfde kinderen die als laatste worden gekozen en die ze eigelijk liever niet in hun team willen hebben.
  3. Hun bezittingen worden afgenomen of liggen overal verspreid.
    Ze zijn regelmatig hun spullen kwijt of moeten deze bij elkaar rapen.
  4. Ze hebben kneuzingen, verwondingen of kapot gescheurde kleren. (Denk ook aan problemen met de fiets: lekke banden, etc.).
    Waar komen die blauwe plekken en kneuzingen vandaan? Is het kind zelf zo onhandig dat het allerlei ongeukjes heeft, of zit er meer achter?
  5. Ze zijn vaak alleen tijdens pauzes en overblijven.
    Het kind staat alleen op het plein en doet niet mee met andere kinderen. Heeft het kind echt zelf geen zin om mee te doen, of wordt het structureel buitengesloten? Je ziet een slachtoffer vaak dicht bij de leerkracht of overblijfouder blijven.