De Richtlijn stotteren is een feit. Lees de tekortkomingen en de gevolgen van de gehanteerde werkwijze.

Tijdens het opstellen van de richtlijn stotteren zijn vroegtijdig kanttekeningen gemaakt en was de werkgroep te eenzijdig samengesteld. De bezwaren tegen de richtlijn en onze aanbevelingen leest u hier.

De belangrijkste bezwaren zijn:
•    de hoofdfinancier van de Richtlijn stotteren is: de beroepsvereniging voor 'Logopedie & Foniatrie' (NVLF)
•    van de twee stotteraars die in de Richtlijncommissie zaten, studeerde één voor logopedist/stottertherapeut
•    andere behandelingen dan logopedie/stottertherapie zijn buiten beschouwing gelaten
•    het beleidsplan van de Nederlandse Federatie Stotteren geeft aan, dat het doel van de Richtlijn stotteren is; het zeker stellen van de vergoedingen van de Zorgverzekeraars.

Niet verwonderlijk dus, dat uit de ‘Richtlijn stotteren’ als advies naar voren komt:
bij stotteren: ga naar een  NVLF-logopedist of NVST-stottertherapeut.

Dit doet sterk denken aan de commercial "Wij van WC-eend adviseren... WC-eend".

Lees onze uitleg en aanbevelingen.

Wat is een Richtlijn?

De definitie van een Richtlijn is:

"Een document met aanbevelingen ter ondersteuning van zorgprofessionals en zorggebruikers, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van zorg, berustend op wetenschappelijk onderzoek aangevuld met expertise en ervaringen van zorgprofessionals en zorggebruikers..."

Welke partijen gebruiken de richtlijn?

"...Onder zorgprofessionals worden alle BIG/geregistreerde zorgverleners verstaan, onder wie artsen, apothekers, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten,  tandartsen,verloskundigen en verpleegkundigen. Onder zorggebruikers verstaat de Regieraad patiënten, cliënten, familie en naasten van patiënten en cliënten, en mantelzorgers.

Waarvoor gebruiken de partijen de richtlijn?

Voor zorggebruikers is een richtlijn vooral een hulpmiddel bij het nemen van beslissingen en het maken van keuzen in de praktijk. Zorgprofessionals gebruiken richtlijnen ook voor het bijhouden van kennis, voor onderwijs/nascholingsdoeleinden en voor het opstellen van samenwerkingsafspraken en protocollen.

 

Daarnaast kunnen andere partijen voor wie de richtlijn niet primair is bedoeld, belang hebben bij richtlijnen, zoals zorgverzekeraars of de overheid. Voor zorgverzekeraars kunnen richtlijnen een middel zijn om afspraken te maken in het kader van contracten of budgetten.

 

Voor de overheid kunnen zij worden gebruikt om besluiten te nemen over de inhoud van het basiszorgpakket en welke zorg voor vergoeding in aanmerking komt. Ten slotte ziet de Inspectie voor de Gezondheidszorg richtlijnen als onderdeel of uitwerking van de veldnormen waarop zij haar handhaving baseert".

Betrokkenheid van stotteraars bij de Richtlijn stotteren

Waren slechts twee stotteraars bereid om deel te nemen in de Richtlijncommissie?

Nee. Stotterende deelnemers voor de Richtlijncommissie werden geworven tijdens de ALV van de Nederlandse stottervereniging Demosthenes. Daar gaven zich meteen twee stotteraars op.
Eén daarvan was Dini Zeggelaar. Een kritisch lid van de Nederlandse stottervereniging Demosthenes die zich ook in een psychosociale visie op stotteren heeft verdiept.

Omdat zij na enige tijd nog niets had vernomen, nam ze zelf contact op. Er bleek iemand anders gevonden te zijn. Na overleg met de voorzitter van de NFS is een stotteraar gevraagd die op dat moment een studie spraak-/taalpathologie volgde. Zijn doel is logopedist/stottertherapeut worden, zoals hij ten tijde van het programma 'Sprakeloos' in een tweet aan Arie Boomsma liet weten. Volgens zijn LinkedIn-profiel is hij inmiddels logopedist/stottertherapeut.

Mogen slechts twee patiënten deelnemen in de Richtlijncommissie?

Nee, de richtlijn voor het opstellen van richtlijnen stelt betrokkenheid vanuit patiënten erg op prijs. Er moeten minimaal twee patiënten aan de werkgroep deelnemen. Over een maximum aantal wordt geen uitspraak gedaan.

Is door stotteraars vroegtijdig geattendeerd op andere inzichten?

Ja! Om toch nog aandacht te vragen voor een andere kijk op stotteren, heeft  Dini een document met ervaringsverhalen en een overzicht van 59 onderzoeken die Dr. phil. J. Kollbrunner in het boek "Psychodynamiek des Stotterns" noemt, naar de Richtlijncommissie gestuurd. Die 59 onderzoeken over stotteren in het gezin werpen een ander licht op stotteren.  Het overgrote deel van die onderzoeken zijn uitgevoerd met controlegroepen.  Dit vergroot de betrouwbaarheid van het onderzoek.
Er volgde een formeel berichtje dat haar bijdrage in goede orde was ontvangen.

Tunnelvisie of andere belangen?

De 'Richtlijn stotteren' is door literatuurstudie tot stand gekomen. Er zijn onderzoeken geraadpleegd uit databases die door de  Richtlijncommissie relevant geacht werden en artikelen in archieven die bij leden van de Richtlijncommissie laanwezig zijn. De onderzoeken die naar boven kwamen, werden relevant geacht omdat andere onderzoeken ook naar deze artikelen verwezen. Bij de onderzoeken die hierbij naar boven kwamen, waren geen controlegroepen betrokken.

Zowel kritische leden van Demosthenes  zijn geweerd, als dat andere organisaties van stotteraars niet zijn gevraagd. Daardoor kende de Richtlijncommissie een onnodig eenzijdige samenstelling. De logopedisten en reguliere stottertherapeuten waren oververtegenwoordigd. De verhouding in de Richtlijncommissie was: 6 logopedisten/stottertherapeuten tegenover 2 stotteraars (waarvan één stotteraar studeert voor logopedist/stottertherapeut).


Mening Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde is buiten de deur gehouden

De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) is in de vorm van een kinderarts sociale pediatrie gevraagd om via een enquête hun mening te geven.  Zoals in het latere commentaar van die kinderarts sociale pediatrie valt te lezen, is zijn kritische mening terzijde geschoven.

"...Op uw uitnodiging heb ik uw enquête ingevuld, met de opmerkingen zou uw hele richtlijn een andere opzet verdienen. Van die 'mening van de kinderarts' vind ik niets terug in de opzet van de richtlijn...
...Anderzijds zou de mening van een buitenstaander heel nuttig kunnen zijn, want deze kinderarts sociale pediatrie is heel betrokken bij kinderen met psychosomatische klachten. Daarmee ook bij stotterende kinderen en hun problematiek en die van hun ouders, terwijl de kinderarts ‘niet preekt voor eigen parochie’...".

Uit dit verloop valt te concluderen dat andere visies op stotteren bewust buiten beschouwing zijn gelaten. Tunnelvisie ligt dan op de loer.

 

Treffend voorbeeld

In de BNN uitzending It Gets Better over stotteren vertelt Chia dat ze al 9 jaar bij een zeer ervaren therapeut in behandeling is. De presentator vraagt in deze documentaire uitvoerig door naar haar familieachtergrond. Hier blijkt hij een gevoelige snaar te raken. Chia geeft later aan dat dit onderwerp niet ter sprake is gekomen bij haar behandeling.

Hoe zou haar behandeling zijn verlopen als (gedurende een deel) van de therapie door een deskundige (gezinstherapeut, psycholoog) hierop zou zijn ingezoomd? Is Chia een uitzondering of komt het vaker voor? Stichting Support Stotteren heeft middels het onderzoek "in relatie met stotteren" inzichtelijke gemaakt dat dit thema aandacht verdiend.

Ouders helpen en daarmee het kind helpen staat voorop

Bovenstaand zou de indruk kunnen wekken dat de schrijvers van dit artikel onvolwassen reageren door de rol van ouders te vergroten. De bedoeling is om tot een betere richtlijn te komen.
Hierbij moeten zoveel mogelijk aspecten van het ontstaan (en het in standhouden) van stotteren breed worden onderzocht. De aangereikte onderzoeken en inzichten die onvoldoende aandacht hebben gekregen, hebben als overeenkomstig thema "ouders". Daarom wordt hierop nu geattendeerd.
Wellicht zijn er meer niet-logopedische invalshoeken die onderbelicht zijn gebleven. Verderop worden suggesties gegeven om tot een betere richtlijn te komen. Verbreding zijn bij deze suggesties een centraal thema.

 

Financieel belang bij Richtlijn stotteren

Een Richtlijn is voor een behandelaar belangrijk om de aangeboden behandeling door een zorgverzekeraar vergoed te krijgen. Over de noodzaak van de 'Richtlijn stotteren' staat in het beleidsplan NFS van de Nederlandse Federatie Stotteren  (NFS) geschreven:

”De huidige ontwikkeling van enerzijds deregulering, maar ook anderzijds assignatie van zorg aan specifiek erkende instanties, benadrukt de noodzaak van dit proces” .

Halen we het verhullende taalgebruik weg, dan staat hier:

De huidige ontwikkeling van enerzijds minder regelgeving, maar ook anderzijds de uitbetaling van zorg aan specifiek erkende instanties, benadrukt de noodzaak van dit proces (om een 'Richtlijn stotteren' te maken).

Een streven naar het verbeteren van de kwaliteit van stottertherapieën wordt niet genoemd. De Nederlandse Vereniging van Logopedie en Foniatrie (NVLF) is een belangrijke financier van deze richtlijn. Leden van de NVST (stottertherapeuten) hebben met name een logopedische achtergrond. Stottertherapeuten zijn logopedisten die zich gespecialiseerd hebben in stotteren.

 

Wat zijn de gevolgen van deze richtlijn?

Het voordeel van een richtlijn is, dat de werkwijze zwart op wit wordt gesteld. Therapeuten dienen zich hieraan te houden of een verklaring op te stellen indien zij een afwijkende behandeling voorstellen, dan de richtlijn voorstaat.
Dit voordeel heeft tegelijkertijd een nadeel in zich. Logopedisten en stottertherapeuten die het aandurven om nieuwe wegen te bewandelen, moeten zich hiervoor verantwoorden. Dat geeft minimaal een extra administratieve last. Hierdoor worden innovaties ontmoedigd.

 

Kan de Richtlijn stotteren beter?

Stichting Support Stotteren staat een richtlijn voor, waarbij:

  • De kwaliteit wordt verbeterd door met meerdere disciplines naar het symptoom stotteren te kijken. De adviezen van de NVK en onderzoeken over stotteren in het gezin die Dr. Kollbrunner aanreikt, zijn hierbij belangrijke ingrediënten.
  • Omdat therapieën waarbij ouders betrokken worden, effectief blijken te zijn, kan onderzocht worden of de begeleiding door gezinstherapeuten meer of minder effectief is.
  • meerdere patiënten-/belangenorganisaties op het gebied van stotteren betrokken worden. Vanuit de diverse reguliere en niet-reguliere therapiestromingen kunnen zij waardevolle inzichten aanreiken.

Suggesties voor verbetering zijn welkom

Heeft u suggesties voor verbetering van de 'Richtlijn stotteren'? Geef ze door via het contactformulier.